Onder aartsvaders of patriarchen worden in de bijbel
verschillende dingen verstaan. In de meest beperkte zin gebruikt men de
term voor de drie stamvaders van het joodse volk (zie de verwijzingen hiernaast): Abraham, Isaak en Jakob. De term wordt echter ook wel in wat
meer algemene zin gebruikt. Men rekent soms terug vanaf Abraham tot Adam en
noemt dan ook de voorvaderen van Abraham aartsvaders. De lijst van
aartsvaders wordt ook wel de andere kant uit aangevuld. Zo rekent men de
twaalf zonen van Jakob er soms toe en ook David krijgt de titel wel eens
opgespeld.
In hoeverre Abraham, Isaak en Jakob historische dan wel mythische figuren
zijn, is onderwerp van discussie. Hoewel de tijdsrekening in de bijbel zelf
anders suggereert, dateert men de periode van de aartsvaders - in de
beperktere betekenis - wel in de 16de eeuw voor Christus.



