Astrologie

In handschriften zien we soms verwijzingen naar aspecten van de klassieke oudheid vervat in een eigentijds (lees: middeleeuws) jasje. Wanneer Gyges, de koning van Lydië, het orakel van Delphi om raad vraagt, zien we hem knielen voor Gotisch kerkje met daarbinnen een rank, gouden beeld van Apollo (zie voor afbeelding de verwijzing links). En wanneer een Sabijn een grote koe wil offeren aan de godin Diana om in haar gunst te raken, dan zien we hem knielen voor een altaar in een kapelletje (zie voor afbeelding de verwijzing links).

De cultuurhistoricus Aby Warburg deed zijn hele leven onderzoek naar het voortleven van elementen uit de klassieke oudheid in onze westerse cultuur. En een van de gebieden waarvoor hij een bijzondere belangstelling had, was het gebied van de astrologie. Hij bestudeerde handschriften en probeerde nauwkeurig in kaart te brengen op welke wijze deze elementen werden doorgegeven, hoe en wanneer ze veranderden en wanneer mensen begonnen de klassieke bronnen zelf te raadplegen. Met andere woorden, wanneer probeerde men het middeleeuwse jasje eraf te halen? Wie daarover wil lezen kan terecht bij Warburg zelf of bij Jean Seznec (The Survival of the Pagan Gods).

De aanwezigheid, werkzaamheid en macht van demonen, hemellichamen, etc. in de context van de christelijke religie gaf stof tot nadenken. De illuminatie rechts (afb. 1) komt uit Augustinus' "La Cité de Dieu" en toont Porphyrius en Plotinus die debatteren over de purificatie van de ziel door middel van magie; goden, zielen en tekens van de dierenriem. We zien de twee filosofen, allebei met een duivelachtig wezentje op de schouder, in debat. Boven de twee mannen, in lagen geordend, twee tekens van de dierenriem met mensachtige figuurtjes (homunculi, "zielen"): sagittarius en scorpio, de bovenste ring toont goden.

Was de invloed van planeten en sterren op het menselijk bestaan alleen onderwerp van academisch, religieus debat? Nee, eigenlijk moet je stellen dat het academische debat een reactie is op de dagelijkse praktijk: de invloed van duivels, demonen, planeten en sterren werd overal gevoeld.

Geen kalender zonder de tekens van de dierenriem die bij een bepaalde maand horen. Rechts (afb. 2) een blad voor de maand september met de oogst van druiven en het persen van druiven; bovenaan het teken van de weegschaal.

Omdat de twaalf tekens van de dierenriem gerelateerd konden worden aan de zeven planeten, zien we schema's waarin die twee met elkaar in verband gebracht worden. Zo ontstonden bouwwerken waarin alles met alles te maken heeft. Bij een maand horen bepaalde activiteiten die in het teken van een teken van de dierenriem staan en in het teken van een planeet. Maar de keten werkt ook andersom. De planeten droegen namen van klassieke goden: Saturnus, Jupiter, Mars, Sol, Venus, Mercurius en Luna. Zo ontstond het beeld van bijvoorbeeld Mercurius die regeert over zijn "kinderen": schilders, schrijvers en kooplieden. Zeven planeten en twaalf tekens van de dierenriem betekende dat, behalve Sol en Luna, alle planeten tweemaal werden ingezet. Zo "regeerde" Mercurius over de "kinderen van" Mei en Augustus.

Wanneer we dan weten dat de planeten ook gerelateerd konden worden aan delen van het menselijk lichaam (afb. 3), dan begrijpen we dat ook het lichamelijk wel en wee van de mens in het teken stond van de hemellichamen. Vandaar dat we in sommige kalenders bij de verschillende maanden afbeeldingen zien van aderlaten (afb. 4).

Auteur: Peter van Huisstede