In de oudheid, van de Egyptenaren tot en met de Romeinen, was de rol de normale vorm voor een boek. Het Latijnse woord volumen - afgeleid van volvere (rollen) - betekent ook gewoon boek.
Een boekrol was gewoonlijk gemaakt van aan elkaar gelijmde stroken papyrus die gewonnen werden uit de stengel van de papyrusplant. Nog in de vierde eeuw excuseert Augustinus zich voor het gebruik van perkament in plaats van papyrus als het materiaal waarop hij een brief heeft geschreven. Perkament vond hij kennelijk nog een beetje ongepast voor een brief, ook al kende de Grieks-Romeinse wereld al zeker sinds de derde eeuw voor Christus perkament als schriftdrager.
Een 'standaardrol' - als je daarvan kunt spreken - had een lengte van een meter of vier. Langere teksten konden worden verspreid over meerdere rollen. Rollen konden ook aan elkaar geplakt worden, in uitzonderlijke gevallen tot een lengte van wel dertig meter.
De tekst op een klassieke rol werd geschreven in kolommen die haaks stonden op de lengterichting. Om kolom - pagina - voor kolom te kunnen lezen moest je het boek dus rechts afrollen terwijl je links weer oprolde.
Tegelijk met de verspreiding van het christendom en hoogstwaarschijnlijk ook in samenhang daarmee werd de rol vervangen door de codex als typische vorm voor een boek. De rollen die we uit de Middeleeuwen kennen, dragen over het algemeen kortere teksten, vaak met een administratieve of juridische inhoud. Rollen werden in de Middeleeuwen ook in de lengterichting beschreven.
Opgerolde en afgerolde rollen en open dan wel dichte codices spelen zelf ook een belangrijke rol in de boekverluchting. In talloze miniaturen, initialen en randversieringen houden afgebeelde personen boeken vast in de beide verschijningsvormen. Afbeelding 4 laat daarvan maar een enkel voorbeeld zien.
Zie ook het Letterkundig lexicon voor de neerlandistiek

