Daniël wordt door de christenen beschouwd als één van de vier 'grote' oudtestamentische profeten, waartoe men verder Jeremia, Ezechiël en Jesaja rekent. Het bijbelboek Daniël is gedeeltelijk geschreven in het Hebreeuws en gedeeltelijk in het Aramees. Bovendien zijn bepaalde gedeelten in het Grieks geschreven. Die delen worden door protestanten als apocrief beschouwd.
Het boek speelt tijdens de Babylonische ballingschap in de zesde eeuw voor Christus, maar werd geschreven in de tweede eeuw voor Christus toen het joodse volk werd overheerst door Hellenistische koningen.
Zoals we in een aantal essays laten zien is het boek Daniël een rijke bron voor verhalen en spreuken. Het boek Daniël levert dan ook veel vaker het onderwerp van illustraties dan de boeken over de andere drie grote profeten.
Wellicht heeft dat te maken met het feit dat Daniël in die verhalen tal van verschillende rollen speelt: hij is soms een scherpzinnig jurist, dan weer een religieuze verzetsheld, een visionair en een uitlegger van dromen en wonderen, en vervolgens een leeuwenbedwinger en een drakendoder.
Verspreid over verschillende essays en lemma's vind je vermelding van de volgende verhalen:
- Daniël houdt vast aan zijn geloof en eindigt in de leeuwenkuil
- Daniël opnieuw in de leeuwenkuil
- Daniël ontmaskert het bedrog van de priesters van Bel
- Daniël doodt een draak
- Habakuk wordt aan zijn haren naar Daniël gebracht
- De reus op lemen voeten - droom van Nebukadnessar
- De kuise Susanna
- Jongelingen in de vurige oven
- Het schrift op de wand
