Duivels en demonen

In de Apokalyps van Johannes wordt beschreven hoe de aartsengel Michaël, de drakendoder bij uitstek, met zijn engelen de duivel en diens kompanen uit de hemel verdrijft (Apok. 12, 7-9): "Toen brak er in de hemel een oorlog uit. Michaël en zijn engelen moesten oorlogen tegen de draak. Ook de draak streed en zijn engelen. Maar zij hielden geen stand en hun plaats werd in de hemel niet meer gevonden. En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die Duivel en Satan heet, die de hele wereld verleidt; neergeworpen werd hij op de aarde en zijn engelen met hem." Daar zitten we dan mooi mee opgescheept. Laverend tussen goed en kwaad, probeert de mens er het beste van te maken. Maar de duivel en zijn engelen zitten ook niet stil: zij presenteren een wereld vol verleidingen.

Aan het einde van de rit, op de Jongste Dag, wanneer de mens met bazuingeschal gewekt zal worden, weegt dezelfde Michaël bij ieder mens goed en kwaad. En weegt het kwade zwaarder dan het goede, dan komen de helpers van de Duivel om je te begeleiden naar de poort van de hel (soms afgebeeld als de muil van een verschrikkelijk monster).

In dit stukje zullen we een aantal verleidingspogingen van de Duivel bekijken.

De duivel die Eva aanmoedigt de vrucht van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad te eten, hebben we uitgebreid besproken in het essay over drakendoders.

In het Oude Testament staat het prachtige verhaal van Job. Het begint zo (let op de getallen die worden genoemd!): "Eens leefde er in Us een onberispelijk en rechtschapen man die Job heette; hij vreesde God en hield zich ver van het kwaad. Zeven zonen had hij en drie dochters; hij bezet zevenduizend stuks kleinvee, drieduizend kamelen, vijfhonderd span runderen, vijfhonderd ezelinnen, en zeer veel slaven en slavinnen: hij was de rijkste man van heel het Oosten" (Job 1, 1-3).

Op een dag, God houdt audiëntie, bespreken God en de Duivel Job. God roemt zijn rechtschapen dienaar Job die zich verre van het kwaad houdt. Nogal een kunst zegt de Duivel, Job heeft alles, hij is de rijkste man van heel het Oosten, maar, zo vervolgt de Duivel: "'[...] pak hem eens aan, tref hem in al wat hij heeft: wedden dat hij U vloekt in uw gezicht.'". God neemt de weddenschap aan.

Vanaf dat moment wordt Job getroffen door rampspoed en ellende, beproevingen hem door de Duivel opgelegd. Rechts (afb. 1) zie je een afbeelding van Job's tweede beproeving: de Duivel zorgt dat Job, zittend op een mesthoop, overal zweren op zijn lichaam krijgt. En of dat nog niet genoeg is, moet Job ook zijn vrouw nog van repliek dienen; zij daagt hem uit met de woorden: "'Blijf je nu nog de brave uithangen? Dan God maar prijzen tot je er aan dood gaat.'" (Job 2, 9). Hoewel Job heel wat ellende over zich uitgestort krijgt (het verhaal doet ook denken aan de geschiedenis van Tobit) kent het verhaal uiteindelijk een happy-end: "En Jahwe zegende het latere leven van Job nog meer dan het vroegere [...]".

In het Nieuwe Testament (Matteüs 4) staat het verhaal van Jezus die in de woestijn door de Duivel op de proef wordt gesteld. Driemaal stelt de Duivel Jezus op de proef:

  1. de Duivel vraagt Jezus stenen in brood te veranderen;
  2. de Duivel neemt Jezus mee naar de bovenbouw van de tempelpoort en vraagt hem naar beneden te springen;
  3. de Duivel neemt Jezus mee naar de top van een hoge berg en biedt hem heerschappij aan over alles dat hij ziet.
Rechts (afb. 2) zie je een miniatuur met de twee eerste beproevingen; op de achtergrond is het eind van het verhaal afgebeeld: "Nu liet de duivel hem met rust en kwamen engelen om Hem hun diensten te bewijzen" (Matt. 4, 11).

In het apocriefe verhaal van Tobit en Tobias komen we de demon Asmodeus tegen. Hij behekst de bruidskamer van Sarah: haar zeven echtgenoten zijn allen tidens de huwelijksnacht gestorven. Tobias wordt de achtste echtgenoot van Sarah, maar overleefd de behekste kamer dankzij de aanwijzingen van zijn trouwe helper Azarias (de aartsengel Rafaël vermomd). Rechts (afb. 3) zie je Azarias/Rafaël Asmodeus vastbinden aan een boom in Opper Egypte.

Niet uit de bijbel, maar uit de legenden rondom het leven van Maria (bijvoorbeeld Legenda Aurea van Jacobus de Voragine) komt het verhaal van Theophilus (zie afb. 4) die, na te zijn ontslagen, zijn ziel aan de duivel verkoopt om zijn baan terug te krijgen. Hij komt echter tot inkeer en wordt vergeven.

Auteur: Peter van Huisstede