Leeuwendoders

pagina: 1 2

Leeuwendoders
Hiernaast zie je een gallerij van dappere mannen, leeuwendoders om precies te zijn: Herakles, David en Simson. De eerste uit dit rijtje, Herakles, of Hercules zoals de Romeinen hem noemden, is een held uit de klassieke oudheid. Hij doodde zelfs twee leeuwen. David en Simson zijn bijbelse helden.

De tweede held (Afb. 3) is de bijbelse Simson (Samson) die ook een leeuw met zijn blote handen doodt. Het verhaal van Simson staat in de hoofdstukken 13 tot en met 16 van het boek Rechters (Richteren) in het Oude Testament. De Israëlieten hadden zich weer eens niet aan de geboden van God (Jahweh) gehouden en werden door God overgeleverd aan de Filistijnen. Op afb. 4 zien we hoe Simson's geboorte aan zijn moeder wordt gemeld door een engel (Rechters 13,3-5): "Gij zijt altijd onvruchtbaar geweest en hebt nooit een kind gekregen, maar nu zult gij zwanger worden en een zoon ter wereld brengen. Zorg dat gij geen wijn of sterke drank drinkt en niets eet dat onrein is ... Over het hoofd van de jongen mag geen scheermes gaan, omdat hij vanaf de schoot van zijn moeder aan God gewijd is". Niets meer of minder dan een wonder, zoveel is duidelijk.

Simson wordt verliefd op een Filistijns meisje. De reactie van zijn ouders laat zich raden (zie ook het verhaal van Tobias voor hetzelfde gebruik: Neem een vrouw uit het geslacht van je voorvaderen): "Is er dan bij de dochters van je verwanten, bij heel ons eigen volk geen vrouw te vinden, dat je er een zoekt bij de Filistijnen, die onbesnedenen?" (Rechters 14,3). Maar Simson zet door; inmiddels heeft de verteller van het verhaal de lezer gerustgesteld: God heeft er de hand in (dat weten de ouders van Simson niet). Simson gaat met zijn ouders naar Timna om het huwelijk te arrangeren. Daar wordt Simson aangevallen door een jonge leeuw. Aangegrepen door de geest van God verscheurt Simson de leeuw met zijn blote handen.

Onze derde held en leeuwendoder is David (afb. 2). Het verhaal is eigenlijk een detail van een veel bekender verhaal van David: David die tegen de reus Goliat vecht (in de bijbel in het eerste boek van Samuël; zie afb. 5). De Israëlieten zijn in oorlog met de Filistijnen. Eén van de Filistijnen, een reus van een kerel die Goliat heet, daagt keer op keer de Israëlieten uit een strijder te sturen om met hem te vechten. Niemand van de Israëlieten durft. David, die eten naar zijn broers brengt die aan het front zijn, hoort Goliat de Israëlieten uitdagen en hij zegt: "Wat zal er gebeuren met de man die deze Filistijn verslaat en de schande van Israël wegneemt. Wie is die onbesneden Filistijn wel dat hij de gelederen van de levende God durft tarten?".

David wordt bij Saul, de koning der Israëlieten geroepen. Saul zegt tegen David: "Jij kunt toch niet met die Filistijn gaan vechten! Je bent nog maar een knaap en hij is een vechtersbaas vanaf zijn jonge jaren". Daarop vertelt David dat hij, als herder van een kudde schapen, wel voor hetere vuren heeft gestaan: "[...] kwam er soms een leeuw of een beer, die een schaap uit de kudde roofde; dan ging ik achter het dier aan , sloeg het neer en redde het schaap uit zijn muil. En viel het dier mij aan, dan greep ik het bij zijn baard en sloeg het dood". Dat de woorden van David geen grootspraak waren, bewijst hij door op Goliat af te lopen en hem met één steen uit zijn slinger te doden.

De leeuw kent vele betekenissen. Eén van die betekenissen is dat de leeuw symbool is van Christus. Deze betekenis stoelt op het profetische visioen (Apokalyps 5,5): "De Leeuw uit de stam Juda, de wortel van David. Hij heeft overwonnen [...]." De Ethiopische keizer Haile Selassie, die afstamde van David zo gaat het verhaal, voerde "de leeuw van Juda" als titel. Weer anderen beweerden dat Christus het jong van de leeuwin was. Was het immers niet zo dat de leeuwin haar jong dood ter wereld bracht en het gebrul van de leeuw na drie dagen het jong tot leven wekte? Zo was het ook met Christus. Na drie dagen in het graf werd hij opgewekt door de stem van God.

Dit laatste verhaal staat ook in het bestiarium MMW 10 B 25 (zie ook afb. 6). Er worden in dit bestiarium nog twee karakteristieken van de leeuw genoemd die verwijzen naar Christus: de leeuw wordt niet gevonden door jagers omdat hij zijn sporen met zijn staart uitveegt (onze redder verborg zijn liefde voor ons in de hemel tot hij op aarde kwam) en als de leeuw slaapt, heeft zijn ogen open (zo ook bleef het goddelijke van Jezus levend toen hij stierf aan het kruis).

De griffioen (afb. 7), een legendarisch beest, half adelaar en half leeuw, symboliseert Christus' koningschap over hemel (de adelaar) en aarde (de leeuw).

Maar de leeuw behoort ook tot de dieren van de hel, samen met de slang en de basilisk. In Psalm 91, 13 lezen we: "treden zult gij op leeuw en op adder, leeuwenwelp vertrapt gij en slang." Ook werd de leeuw wel gezien als symbool van de duivel. In de eerste brief van Petrus lezen we (I Petrus 5,8): "Uw vijand de duivel zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar prooi om te verslinden". Het verbaast ons niet echt dat ook de griffioen als symbool twee gezichten heeft: de griffioen kan ook symbool zijn voor de duivel. Soms verandert de voorstelling iets en krijgt het leeuwenlijf een drakenstaart.

Met dit in het achterhoofd krijgen we een heel ander beeld van de afbeeldingen van David en Simson. Leeuwendoders doden de duivel, net zoals Hercules het monster doodde. En omdat David en Simson gezien werden als voorafbeeldingen van Christus, kunnen de scenes ook gezien worden als verwijzingen naar Christus die de duivel overwint. Wanneer de leeuw ook symbool is van Christus dan bijt de slang in zijn eigen staart: Goed en kwaad vervat in één dier, de leeuw.

Auteur: Peter van Huisstede

pagina: 1 2