Ons woord martelaar komt van het Latijnse woord 'martyr'. Martyr is afgeleid van het griekse woord martus dat getuige betekent.
In de eerste eeuwen van het christendom is 'martelaar' een eretitel geworden voor mensen die getuigden van hun geloof, zelfs als ze daarvoor mishandeld of gedood werden.
De plaatsen waar martelaren begraven waren, werden op hun sterfdag bezocht door gelovigen. De sterfdagen zelf vonden van lieverlee een plaats in de religieuze kalender. De vele liturgische en semi-liturgische boeken die bewaard zijn gebleven - brevieren, psalteria, getijdenboeken, enzovoort - zijn dan ook meestal voorzien van een 'heiligenkalender'.
Hier is een voorbeeld van een paar vermeldingen in zo'n heiligenkalender. We zien de confessor Severinus, de martelaar Julianus en de heremiet Paulus
Afb. 1 MMW 10 F 50, f. 1r. Kalenderfragment (8 - 10 januari)
