Met hun weigering de voedselvoorschriften van de koning op te volgen
zetten Beltesassar, Sadrak, Mesak en Abednego (de Babylonische namen van de
vier jonge ballingen) de toon voor het eerste gedeelte van het bijbelboek
Daniël. Van tijd tot tijd door God geholpen, gaat dit groepje
'allochtonen' de strijd aan met de Babylonische hovelingen en gestaag weten
ze meer aanzien te verwerven. Je zou de droom van Nebukadnessar dan ook
kunnen zien als een middel om de reputatie van Daniël definitief te
vestigen.
Aanvankelijk lezen we er niet meer over dan dat de koning zo
van streek is van een droom dat hij niet meer slaapt. De sterrenwichelaars,
waarzeggers en chaldeeën van zijn rijk zijn niet in staat de
betekenis ervan aan hem uit te leggen. Het moet echter gezegd: de koning
maakt het hen ook niet makkelijk. Hij eist dat ze hem de betekenis ervan
uitleggen zonder dat hij hen zelf de inhoud van de droom
vertelt. 'Traumdeutung' alleen is dus onvoldoende.
Wie de lat zo hoog
legt ontsteekt ook makkelijk in grote woede en als zijn droomuitleggers
falen wordt Nebukadnessar zo kwaad dat hij dreigt hen allen te doden,
inclusief Daniël. De joodse balling vraagt wat extra bedenktijd en God
steekt op het juiste moment een handje toe: "In een nachtelijk visioen
werd toen het geheim aan Daniël geopenbaard. Daarom loofde Daniël
de God van de hemel".
Aldus van hogerhand geholpen, beschrijft en interpreteert Daniël nauwkeurig de droom van de koning. Alle eer gunnend aan "een God in de hemel die geheimen openbaart" vertelt Daniël dat Nebukadnessar in zijn visioen een zeer groot beeld heeft gezien: "Het hoofd van dat beeld was van zuiver goud, zijn borst en armen van zilver, zijn buik en lendenen van brons, zijn benen van ijzer, zijn voeten waren gedeeltelijk van ijzer en gedeeltelijk van leem."
Met dat beeld loopt het slecht af in de droom van de koning: "Terwijl u toekeek, werd er een steen losgekapt zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam; die steen raakte het beeld en verbrijzelde de voeten van ijzer en leem. Tegelijkertijd vergruisden toen het ijzer, het brons, het zilver en het goud en werden door de wind meegevoerd als het kaf bij het dorsen van het koren".
De uitleg van Daniël bevestigt de bange vermoedens van Nebukadnessar:
het gouden hoofd symboliseert het koningschap van Nebukadnessar
zelf. Daarna zal er een rijk komen dat kleiner is; vervolgens een rijk van
brons dat over de hele aarde zal heersen. Een rijk, hard als ijzer zal
volgen. Het zal voorgaande rijken verpletteren, maar in zichzelf verdeeld
zijn - ijzer en leem. Tijdens dat ijzeren rijk zal God een nieuw,
eeuwigdurend rijk stichten, zonder menselijke tussenkomst.
Nebukadnessar is diep onder de indruk en werpt zich voorover als
eerbetoon aan Daniël en aan zijn God die hem de droom en de uitleg daarvan
heeft ingegeven. De koning benoemt eerst Daniël tot gouverneur van de
provincie Babel, maar op Daniëls aandringen benoemt hij zijn vrienden,
terwijl de profeet zelf aan het hof blijft.
Spelen met beelden
We zagen een moderne journalist de
droom van Nebukadnessar voor zijn eigen doeleinden
inzetten. Datzelfde deed ook de zestiende eeuwse drukker/uitgever Simon
Steenberch uit Deventer. Een boek dat hij in 1567 uitgaf had de houtsnede
die je hiernaast (afb. 3) ziet als merkteken. Zoals typerend was voor een deel van
de boekverkopers van zijn tijd, speelde Steenberch een intellectueel spel
met zijn eigen naam. De steen die het beeld zal verbrijzelen, vliegt door
de lucht. Voor alle zekerheid is het griekse woord voor steen - lithos -
erop geschreven. Vanuit de hemel schijnt een goddelijk licht met de
inscriptie 'DEUS', zodat we zeker weten dat die steen door ingrijpen van
God de berg heeft verlaten. Steen - berg: dat is de woordgrap
met serieuze ondertoon die Simon maakte.
Simon Steenberchs spel met woord en beeld is alleen begrijpelijk als je het bijbelverhaal goed kent. In hoeverre Steenberch dat van zijn publiek verwachtte is moeilijk te zeggen. In de houtsnede zelf staat Daniël 2, kennelijk om duidelijker te maken waar de afbeelding op gebaseerd was. Wat Steenberch nu precies wilde zeggen met deze visuele 'beeldspraak' is niet helemaal zeker. Moeten we er een verwijzing in zien naar een 'Rijk' dat omvergeworpen zal worden? Zo ja, welk Rijk dan? We schrijven het jaar 1567 en het boek waar we dit merk van Steenberch in aantreffen, is een exemplaar van de Heidelbergse catechismus, het handboek van de gereformeerde geloofsleer. Maar let op: dit merk bewijst niet dat Steenberch met het omver geworpen Rijk de kerk van Rome bedoelde. Wat het wel doet is die vraag oproepen.
In de moderne uitleg van de bijbel gaat men ervan uit dat het boek
Daniël en dus ook het verhaal van de droom helemaal niet geschreven is in
de tijd van Nebukadnessar zelf, maar zo'n 400 jaar later. Israël werd toen
bezet door Antiochus Epiphanes, koning van Syrië die onder meer een
Zeuscultus wilde invoeren in de tempel van Jeruzalem.
Dit deel van
het verhaal van Daniël zou dan gelezen kunnen worden als verkapte
verzetsliteratuur. Vergelijk het met een boek over de watergeuzen
geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al is het geen expliciete oproep
tot verzet, er wordt wel benadrukt dat vasthouden aan de eigen overtuiging
het middel is de bezetter uiteindelijk te overwinnen. Pikant aan het boek
Daniël is dat erin geschreven wordt dat Nebukadnessar zich uiteindelijk
bekeerde tot het geloof van de joodse ballingen.
Hoe de koning
werkelijk stond tegenover het joodse geloof en tegenover de God van de
ballingen is buitengewoon moeilijk uit te maken. De bijbel is daarbij
natuurlijk geen neutrale bron. Wie echter, zoals Saddam Hussein, wil
verwijzen naar de grootheid van Nebukadnessar zal uiteraard het verhaal van
de droom niet op de voorgrond stellen. In hoeverre hij op de hoogte was van
wat er in het boek Daniël beweerd wordt, zullen we wel nooit te weten
komen. We kunnen wel vermoeden dat hij de parallel tussen zijn eigen
standbeelden en de reus op lemen voeten niet erg gewaardeerd zou
hebben.