'Peter de Eter' ... dat is, vrij vertaald, de bijnaam van een van de beroemdste theologen van de Middeleeuwen. Comedere, het latijnse werkwoord waar Comestor van is afgeleid, betekent zoveel als 'helemaal opeten'. Een andere bijnaam van deze Petrus luidde Manducator, en dat betekent 'kauwen'.
Petrus dankte deze bijnamen aan zijn legendarische werklust en belezenheid. Hij was rond 1100 geboren in Troyes en studeerde theologie in diezelfde stad, vervolgens in Tours en in Parijs. In 1158 of 1159 bezette hij een leerstoel aan de kathedraalschool van de Notre Dame in Parijs waar hij in 1168 kanselier van werd. Hij schreef diverse theologische werken en stelde verzamelingen van glossen samen. Zijn meest bekende werk was de monumentale Historia Scholastica. In dit werk, dat Comestor tussen 1169 en 1175 samenstelde ten behoeve van zijn studenten, vermengde hij de inhoud van de historische boeken van de bijbel met allerlei teksten die bijbelpassages uitlegden en aanvulden. Deze combinatie van navertelling en exegese, gelardeerd met etymologische, geografische en historische wetenswaardigheden, leverde een studieboek op dat eeuwenlang in gebruik bleef.
De Historia Scholastica was ook de voornaamste bron voor de historiebijbels die in diverse Europese talen gedurende de latere middeleeuwen aan studenten en andere lezers godsdienstonderwijs in de vorm van geschiedenis boden, zoals M.K.A. van den Berg dat uitdrukte in zijn De Noordnederlandse Historiebijbel (Hilversum, 1998). De Historia scholastica is ook het eerste in Nederland gedrukte boek - in 1473 door Nicolaus Ketelaer en Gerardus de Leempt in Utrecht gedrukt. Meermanno bezit een van de in totaal 13 exemplaren die van die editie over zijn.
