Sodomie, opsodemieteren, op z'n sodemieter krijgen ... de van de naam van het stadje Sodom afgeleide Nederlandse woorden hebben niet bepaald een positieve bijklank. Dat is niet verwonderlijk als we kijken naar wat de bijbel over Sodom meldt.
Genesis 13 vertelt over de terugkeer van Abram en Lot naar Palestina. Ze komen uit Egypte, waar ze een tijdje hebben gewoond vanwege een hongersnood. Ze zijn allebei rijk en hebben een grote kudde dieren. De streek rond Betel waar ze zich eerst vestigden biedt niet genoeg voedsel voor alle dieren. Oom en neef besluiten daarop om uit elkaar te gaan. Lot krijgt van Abram de gelegenheid als eerste een nieuwe plaats te kiezen om te gaan wonen. Lot kiest dan voor het waterrijke gebied in de buurt van Sodom. Water is schaars in Palestina, dus dat lijkt een slimme keus.
De lezer van Genesis 13 weet echter direct al beter. Er staat immers in hetzelfde hoofdstuk dat het niet goed zal aflopen met Sodom: "... voordat de HEER Sodom en Gomorra verwoest had ...". Ook staat er al waarom. In de katholieke vertaling van vers 13: "De Sodomieten bedreven veel kwaad en zondigden tegen de HEER." De protestantse vertaling is iets scherper: "De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover den Here."
De verwoesting
Het verhaal van de verwoesting van Sodom begint eigenlijk in hoofdstuk 18 met een bezoek waarin God - in de gedaante van drie mannen - aan Abraham en Sara aankondigt dat zij een kind gaan krijgen, ook al zijn ze al oud en bejaard. Wanneer God vertrekt valt hun blik op het dal waarin Sodom ligt. God besluit dan Abraham te laten weten dat hij Sodom en ook Gomorra zal vernietigen wegens de zondigheid van hun inwoners. Abraham moet dan natuurlijk aan Lot en zijn gezin denken en vraagt of God de goeden onder de kwaden zal laten lijden. Gods antwoord op de vraag is uitvoerig maar komt erop neer dat hij Sodom zal sparen als Abraham er tien 'rechtvaardigen' in weet te vinden.
Het begin van hoofdstuk 19 suggereert dat de drie mannen verdergaan als twee engelen: "De twee engelen kwamen tegen de avond in Sodom aan, terwijl Lot bij de stadspoort zat." Lot nodigt hen uit hun intrek in zijn huis te nemen. Nog voor zijn 's avonds gaan slapen drommen de mannen van de stad samen bij het huis van Lot en vragen hem zijn gasten aan hen over te dragen.
Over wat de Sodomieten nu precies willen van de gasten van Lot is de bijbeltekst duidelijker dan het soms lijkt. Septuagint en Vulgaat gebruiken een woord dat letterlijk "(leren) kennen" betekent maar in overdrachtelijke zin "gemeenschap hebben". De Statenvertaling gebruikt het woord "bekennen" dat dezelfde betekenissen heeft. De Willibrordvertaling gebruikt het woord "omgang", in die versie een vaste uitdrukking voor geslachtsgemeenschap. De protestantse vertaling van 1953 gebruikt 'gemeenschap hebben'. De moderne Franse vertaling van de Vulgaat tenslotte, gebruikt het woord 'abusions' - misbruiken, mogelijk om duidelijker uit te drukken dat de mannen van Sodom van plan zijn de gasten van Lot tot seks te dwingen.
Hoe het ook benoemd wordt, het homoseksuele geslachtsverkeer waar de mannen van Sodom kennelijk een gewoonte van hadden gemaakt is de aanleiding voor de verwoesting van de stad. Daarmee is Genesis 19 ook een sleuteltekst voor de positie van de kerk door de eeuwen heen ten opzichte van homoseks.
In onze ogen opmerkelijk is de afleidingsmanoeuvre van Lot: hij biedt zijn stadsgenoten zijn maagdelijke dochters aan als ze zijn gasten met rust laten. Als ze dat aanbod negeren en het huis dreigen binnen te dringen, slaan de engelen de Sodomieten met blindheid. Vervolgens krijgt Lot van hen de opdracht om met zijn familieleden de stad te verlaten. Zijn aanstaande schoonzoons lachen hem daarom uit. De bijbel laat in het midden of beide mannen getuige waren geweest van het aanbod van Lot.
Uiteindelijk leiden de twee engelen Lot, zijn vrouw en twee dochters de stad uit. Ze ontvangen daarbij nog de waarschuwing niet om te kijken. Als de vrouw van Lot die waarschuwing in de wind slaat, komt dat haar duur te staan: ze verandert in een zoutklomp.
