Ongewenste intimiteiten
Het apocriefe hoofdstuk 13 van het boek Daniël vertelt het verhaal van de
mooie en vrome Susanna. Susanna was getrouwd met Jojakim, de meest
vooraanstaande Joodse balling in Babylonië. Jojakim was rijk en hij bezat
een groot huis met een grote tuin. In die tuin, wel bijna een park, lag een
bron of een vijver. De Israëlieten vergaderden vaak in dat huis en ze
mochten het ook gebruiken voor hun rechtszaken.
Twee oude heren -
'twee oude papen' in de woorden van de Noordnederlandse
Historiebijbel - waren dat jaar tot rechter benoemd. Ze hielden dagelijks
zitting in het huis van Jojakim en elke middag, na afloop daarvan, zagen ze
de mooie Susanna in de tuin wandelen. Beide heren waren wel oud, maar nog
heel vitaal en al snel kregen ze dan ook 'becoringe op Susanna'.
Aanvankelijk geneerden ze zich voor hun begeerte naar Susanna en ze
verzwegen het voor elkaar. Op zekere dag deden ze allebei alsof ze naar hun
eigen huis gingen om te eten. In werkelijkheid slopen ze terug naar de tuin
en daar stuitten ze op elkaar. Toen ze elkaar aldus betrapt hadden, konden
ze er openlijk voor uit komen dat ze gemeenschap wilden hebben met Susanna
en ze spraken af hun fantasie in daden om te zetten.
Op een warme
dag besloot Susanna om een bad te nemen in de vijver van de tuin. Haar twee
dienstmeisjes gingen terug naar het huis voor olie en balsem en sloten de
tuinpoort achter zich. De glurende ouden zagen hun kans schoon en samen
gingen ze op Susanna af.
In afbeelding 2 hiernaast begluren de rechters Susanna die even lijkt
te voelen hoe koud het water van de bron is. De eerste afbeelding daarboven toont
het moment waarop de dienstmeisjes de tuin verlaten en de beide oude heren
deemoedig aan Susanna bekennen dat zij 'branden van lust'. Maar de
schijn bedriegt hier: de mannen mogen dan knielen, hun boodschap is
buitengewoon dreigend. Als Susanna weigert hen terwille te zijn, dan zullen
ze tegen iedereen zeggen dat ze haar in de tuin betrapt hebben met een
jongeman.
Susanna realiseert zich direct de afschuwelijke situatie
waarin ze is gebracht. Kiest ze voor haar kuisheid, dan zullen de twee
mannen haar beschuldigen van overspel. Kiest ze voor haar reputatie, dan
moet ze juist overspel plegen! Zelf vat ze het zo samen: 'Anxt hevet mi
ombevangen. Doe ic dese sonde, so vertoren ic Gode. Ende doe ict niet, so
sel ic mijn lijf verliesen'.